FototechniekNieuw

Poollicht fotograferen

Foto’sInfoMeteoTipsGeo InfoSterrenhemel [- Getijden]

Algemene informatie

Poollicht fotograferen is niet iets dat je “zomaar“, bijvoorbeeld iedere nacht, kunt doen. Eerst en vooral moet er voldoende zonneactiviteit geweest zijn mét interactie met het magnetische veld van de Aarde. De zonneactiviteit moet dus effectief eerst een effect hebben op de Aarde.

Voorts moet je je in het juiste gebied op Aarde bevinden waar dit Poollicht ontstaat: dat is meestal zo vanaf de 65-ste tot de 75-ste breedtegraad. Het zijn op die breedtegraden dat de geladen deeltjes van de Zon onze dampkring binnendringen en het Poollicht veroorzaken. Bij het bepalen van een waarnemingslocatie zal je ook moeten kijken naar de bereikbaarheid ervan en de veiligheidsrisico’s (politieke risico’s bijvoorbeeld, maar ook andere geogerelateerde risico’s zoals aardbevingsgevoeligheid, stormen, enzovoort).

En dan mag het uiteraard op die plaats ook niet bewolkt zijn want Poollicht ontstaat boven het wolkendek. Je consulteert hiervoor best klimaatgegevens voor de kandidaat locaties (lange termijn) en meteogegevens (korte termijn).

We leggen het hieronder allemaal helder uit.

Tip: Wil je weten hoe Sterren en de Melkweg te fotograferen, dat behandelen we op onze Fototechniek pagina “Sterren & Melkweg fotograferen“.

We behandelen achtereenvolgens volgende vragen:

Je kunt op een van de vragen klikken om direct naar de desbetreffende paragraaf te gaan.

Hoe ontstaat Poollicht ?

De Zon kent een elfjarige cyclus waar ze meer of minder actief wordt. Momenteel, rond 2025 dus, zitten we in een zogeheten zonnemaximum, dit wil zeggen dat er meer zonne-uitbarstingen zijn dan gemiddeld. De zonneactiviteit wordt voortdurend bestudeerd en bijgehouden. Zie de grafieken bijvoorbeeld op poollicht.be. Het licht (fotonen dus) dat de Zon uitstraalt bereikt de Aarde al na 8 minuten, maar de geladen deeltjes (bijvoorbeeld protonen, elektronen, …) die ze de ruimte instuurt doen er makkelijk een dag of twee over. We noemen deze stroom van geladen deeltjes de Zonnewind. Wanneer deze geladen deeltjes de Aarde bereiken, dan worden deze geconfronteerd met het magnetische veld van de Aarde. De kern van de Aarde bestaat immers uit gesmolten ijzer en zoals iedereen weet is ijzer magnetisch. De zonnewind zal dus interageren met dit Aardse magnetische veld. Deze deeltjes kunnen dus worden ingevangen of afgeketst (weerkaatst) door dit magnetische veld.

In 1958 ontdekte men dat er twee gordels bestaan rond de Aarde. Men noemde ze naar hun ontdekker James Van Allen nl. de Van Allen gordels. De laagstgelegen gordel, op een afstand van 2000–5000 km, bestaat voornamelijk uit protonen afkomstig van de zonnewind. De tweede gordel bevindt zich op een hoogte tussen de 13.000 en 19.000 km. Deze gordel bestaat voornamelijk uit elektronen afkomstig van kosmische straling.

Wat is nu het verband tussen de Van Allen gordels en het poollicht ? Samenvattend komt het hier op neer:

  1. Van Allen-gordels = opslagplaatsen van geladen deeltjes

De Van Allen-gordels zijn zones rond de aarde waarin grote hoeveelheden geladen deeltjes (elektronen en protonen) gevangen zitten door het aardmagnetisch veld. Deze deeltjes zijn afkomstig van de zonnewind en af en toe van uitbarstingen zoals zonnevlammen of coronale massa-emissies (dafgekort als CME‘s).

  1. Magnetisch veld leidt de deeltjes naar de polen

Het magnetisch veld van de aarde is het sterkst bij de magnetische polen. Wanneer de gordels verstoord raken—bijvoorbeeld tijdens zonneactiviteit—kunnen de gevangen deeltjes langs de magnetische veldlijnen bewegen richting de atmosfeer boven de polen.

  1. Deeltjes botsen in de atmosfeer → poollicht

De geladen deeltjes komen met hoge snelheid de bovenste lagen van de atmosfeer binnen en botsen met deeltjes uit de atmosfeer (atomen en moleculen). Zij raken in een aangeslagen toestand en zenden vervolgens licht uit wanneer ze terugvallen naar hun grondtoestand. Dit licht verschijnt als poollicht.

Kort gezegd:
1) Van Allen-gordels bewaren en geleiden deeltjes die door de zon worden aangevoerd.
2) Die deeltjes reizen langs het magnetisch veld naar de polen.
3) Hun botsingen met atmosferische gassen veroorzaken poollicht.

Wanneer zonnedeeltjes worden ingevangen zullen deze dus reageren met de zuurstof- en stikstofmoleculen die zich hoog in de atmosfeer bevinden. Dit licht ontstaat altijd in de bovenste atmosfeerlagen, zeg maar tussen de 100 à 400 kilometer hoogte. Het is dit groene, rode, blauwe, … licht dat we het “Poollicht” noemen. We spreken in het algemeen over “Aurora Polaris“. Dit licht ontstaat dus steeds ver boven de normale wolken. Cirruswolken kunnen zich tot zo’n 13 km boven het Aardoppervlak bevinden. Enkel de zogeheten lichtende nachtwolken (NLCs) kunnen tot 80 à 85 km hoog zitten. Poollicht onder de wolken zul je dus normaal niet hebben. Anderzijds, indien er poollicht is dan zullen astronauten die altijd kunnen zien want dat poollicht zit voor hen altijd wél voor de wolken. Het zal zelfs zo zijn dat het poolicht als het ware danst boven het wolkendek. Zie de diverse filmpjes op YouTube bijvoorbeeld die van de auroae vanuit het ISS werden gemaakt.

Wanneer je al het poollicht dat ontstaat aan één van de polen samen neemt, dan zul je zien dat er als het ware een grote ovaal van licht ontstaat. Midden in de ovaal is er een groot gat waar er géén poollicht te zien is. Je hebt dus als het ware een ring van poollicht. Ben je in het Hoge Noorden dan kun je pal onder deze ring van poollicht staan. In onze contreien is het zeer uitzonderlijk dat je het poollicht tot in het zenit (en erover) kunt waarnemen.

Op de NOAA Space Weather Prediction Center kun je zien waar de poollichtring (poollichtovaal) zich momenteel bevindt. De kleuren geven ook aan welke kans dat er is om effectief poollicht te zien: donkergroen = 0% kans, rood betekent dat er meer dan 90% kans is. Sta je in zo’n oranje-rode zone, dan moet je uiteraard nog kunnen genieten van opklaringen wil je effectief poollicht zien.

Vergelijk bovenstaande simulatie voor vandaag eens met de voorspellingen van 10/11 mei 2024. Je ziet deze hieronder. Er was toen sprake van een Kp waarde van 8 (we leggen het begrip Kp index hieronder in dit artikel uit). Je ziet verder in dit artikel ook welke foto’s van het Noorderlicht er toen konden worden gemaakt van uit België. Het was toen ronduit spectaculair.

Wist je dat… je ook niet té Noordelijk mag gaan om het Noorderlicht te zien? Zit je té Noordelijk, dan zit je midden in de poollichtovaal, in een soort van niemandsland. Mensen denken meestal dat hoe Noordelijker je gaat, hoe beter. Niet dus!

Waarom ligt de poollichtring niet pal boven de Noordpool?

Wanneer je naar de bovenstaande beeldjes van de poollichtring voor welbepaalde data kijkt, zal je bij nader toezien opmerken dat het centrum van deze ovaal niet pal boven de Noordpool ligt. Hoe dat komt? Heel eenvoudig: er is een verschil tussen het geografische noorden en het magnetische noorden. Het inwendige van de Aarde bestaat in haar diepste delen (de kern) uit vloeibaar, heet ijzer. Die is nooit homogeen verdeeld. Het magneetveld dat door deze kern wordt gegenereerd verandert wat van positie ten opzichte van onze min of meer vaste continenten.

Onderstaande kaart toont hoezeer het magnetische noorden in de loop van de tijden, startend van de jaren 1600 tot op heden, is verschoven ten opzichte van het vaste aardoppervlak. De kaart komt van het British Geological Survey (c) UKRI, 2024. Merk op dat heden ten dage het geomagnetische noorden (rode puntjes) nog nooit zo is samengevallen met het geografische noorden (aangeduid met een ster op de kaart). Toch is er nog steeds een verschil van zo’n 400 kilometer tussen de twee.

We merken terloops toch ook nog even op dat het magnetisch veld van de Aarde ook niet overal even homogeen is. Hier en daar kan die lokaal wat minder of net sterker zijn. Maar goed, dat is voer voor de specialisten.

Dit alles heeft als gevolg dat we de poollichtring iets verschoven, gekanteld zien dan wat je geografisch zou verwachten: Noorwegen, IJsland, Canada, Alaska liggen gunstig.

Welke soorten Poollicht kennen we ?

Onze Aarde gedraagt zich dus als een magneet. Iedere magneet heeft twee zijdes die tegenovergesteld gepolariseerd zijn. De zonnewind kan zowel aan de Noordpool als aan de Zuidpool worden ingevangen. In het Noordelijke geval spreken we over het “Noorderlicht“, ook nog “Aurora Borealis” genoemd. In het Zuidelijk halfrond spreken we over het “Zuiderlicht“. Dat noemen we dan weer “Aurora Australis“.

Poollicht ontstaat dus ofwel in het gebied rond de Noordpool of de Zuidpool. Hieronder zullen we verder het altijd hebben over het “Noorderlicht”, maar weet dat je dit alles ook kunt toepassen op het “Zuiderlicht”.

Hoe sterk is het Noorderlicht ?

Men heeft een bepaalde index in het leven geroepen om de sterkte van de zonnewind / poollicht aan te geven. We hebben het hier over de Kp index. Deze index is gebaseerd op de metingen van 13 geomagnetische observatoria verdeeld over de gehele aardbol. De waarde ervan varieert van 0 tot 9. Hoe hoger de waarde, hoe sterker de activiteit. Een normale activiteit is bijvoorbeeld Kp = 2. Een Kp van 5 is al behoorlijk sterk. Hoger is uitzonderlijk. Je kunt op de NOAA website de voorspellingen van deze Kp waardes volgen. Het heeft, zeker in onze contreien op een breedtegraad van zo’n 50°, geen enkele zin om naar buiten te lopen als de Kp index bijvoorbeeld 1 of 2 is. In het Hoge Noorden daarentegen zal je bij dergelijke waardes wél al iets te zien krijgen (maar ook niet veel).

Vanaf een waarde van Kp = 5 spreken we over een geomagngtische storm. Deze krijgen dan achtereenvolgens een benaming G1 (Kp = 5), G2 (Kp = 6), enzovoort tot G5 (Kp = 9). Meer uitleg over geomagnetische stormen vind je op de NOAA website.

Voorbeeld: op 11 mei 2024, toen onderstaande foto’s werden gemaakt door Dominique Dierick, bedroeg de Kp index maar liefst 9. Historische waardes van de Kp index kun je terugvinden op Spaceweather.com. Ziehier de Kp waardes voor 11 mei 2024.

Vooraleer je beslist om naar een verre locatie te gaan om het Noorderlicht te gaan bekijken, kun je dus best op een of andere website gaan bekijken wat de voorspellingen van de Kp waarde zijn. Voor onze reis halverwege november 2025 lieten we ons leiden door deze grafiek. Ze toonden waardes aan tussen de 6 à 9. Dat is al eens de moeite. Natuurlijk waren we afhankelijk van de lokale weersomstandigheden en die waren voor Tromsø, jammer genoeg, niet zo goed. Maar als je weet dat het weer heel snel kan veranderen (ook ten goede dus) kun je natuurlijk altijd de kans wagen. En dat is precies wat wij deden. Sowieso vertrek je niet met een lage Kp waarde.

De voorspellingen van de Kp waardes voor de komende 3 dagen kun je steeds vinden op de NOAA website. Besef dat dit ook “maar” voorspellingen zijn. We kunnen nog altijd niet voorspellen wanneer er precies zonneuitbarstingen zullen plaats vinden. Als er één is geweest, dan weten we wel hoe lang de deeltjes er over doen om tot bij de Aarde te komen. Zo kunnen we wel voorspellen wanneer er wellicht iets zal staan te gebeuren in het magnetische veld van onze Aarde. Eigenlijk komt dit door het verschil tussen de lichtsnelheid (300.000 km/s) en de snelheid waarmee de geladen deeltjes die door deze uitbarstingen worden uitgestoten (bijv. 300 à 700 km/s – een factor tot wel 1.000 x trager dus). Het zonlicht bereikt ons in zo’n 8 minuten, de deeltjes doen er makkelijk enkele dagen over (minstens 2). Dus we weten gewoon dat ze er aan zitten te komen. Bovendien worden deze deeltjes (de schokgolven er van) eerst en vooral al gedetecteerd door satellieten die rond onze Aarde draaien. Een weinige tijd nadien is het zover en kunnen wij op Aarde het Poollicht zien. 😉

De zonnestorm die aan de oorzaak lag van deze hoge Kp waarde op 12/13 november vond eerder op die week plaats (op 11 november 2025). Lees er hier meer over (op spaceweatherlive.com, inclusief een filmpje).

Het poollicht kan als een mooie, grote verlichte band rond de Noordpool worden gezien. Bekijk deze NOAA compositefoto van 12 november 2025. Zo spectaculair was het Noorderlicht op die dag. Indrukwekkend, niet? Wie zou dat niet live willen zien? 😉

Waar moet ik kijken om het Noorderlicht te zien ?

Ben je in het Hoge Noorden, bijvoorbeeld de streek van Tromsø in Noord-Noorwegen, dan zal je het Noorderlicht pal boven jou kunnen zien. Tromsø ligt namelijk grosso modo op de 70° breedtegraad (69 en iets om precies te zijn).

In onze gebieden, laten we zeggen rond de 50° breedtegraad, zul je het Noorderlicht quasi nooit in het zenit (pal boven je hoofd is dat) kunnen zien. Daarvoor zou er een enorme zonneactiviteit moeten zijn. Maar zeg nooit “nooit” want in Mei 2024 was dat wèl het geval. 😉 In het algemeen zullen wij het in onze gebieden moeten hebben van een zwakker poollicht laag/lager aan de Noordelijke hemel.

Zie je altijd de kleur van Poollicht ?

Nee, je ziet niet altijd kleur in het Poollicht. Wanneer de Kp index laag is (de geomagnetische activiteit laag is dus), dan zullen je ogen eerst en vooral een grijze, glimmende wolk / wolken zien. Op dat moment zijn het vooral de staafjes in je ogen die een bepaalde lichtintensiteit opmerken.

Pas wanneer het poollicht sterker is, zullen de kegeltjes in je oog hun werk beginnen doen en aldus kleuren ontwaren.

Fototoestellen die enkel seconden belichten zullen al wel heel snel (en veel sneller dan jouw ogen) de kleur oppikken. In het Hoge Noorden zal dit veelal eerst het groen zijn. In onze contreien, waar we meestal maar de bovenste regionen van het poollicht kunnen zien, zal dit normaal gezien eerst rood zijn. Gidsen in het Noorden hebben dan ook steevast een camera (nu meestal een smartphone) mee waarmee ze snel een foto maken van de hemel. Daarmee kunnen ze direct een onderscheid maken tussen gewone wolken en Noorderlichtwolken.

Vergeet sowieso niet dat je ogen zich ook eerst zullen moeten hebben aanpassen aan het donker van de nacht. Pas wanneer ze zijn aangepast, en bij voldoende geomagnetische activiteit uiteraard, zul je kleuren zien. Stap je zomaar vanuit een rijdende wagen, die met koplampen op rond reed, en ga je vervolgens het veld in dan is er veel kans dat je niet meteen zwakker poollicht zal kunnen onderscheiden. Een fototoestel klaart die klus wel quasi onmiddellijk.

Welke kleuren heeft het “Noorderlicht” ?

In de Noordelijke gebieden zal je eerst het groen licht opmerken. Poollicht kan echter ook andere kleuren hebben: rood of blauw. Onderstaand schema geeft duidelijk aan welk kleur ontstaat in welk gedeelte van de dampkring.

Atomair zuurstof (O)

In de ionosfeer worden O₂-moleculen door UV-licht en botsingen gesplitst in twee afzonderlijke zuurstofatomen. Die losse atomen (O) worden dan aangeslagen door geladen deeltjes → en bij ontspanning geven ze:

  • Groen licht (557,7 nm)
  • Rood licht (630 nm of 636 nm)

Er zijn twee soorten stikstof:

Geïoniseerde stikstof (N₂⁺)

→ Geeft paars-violet licht (90–120 km)
→ Vaak het felste blauwachtige licht in poollicht.

Neutraal stikstof (N₂)

→ Geeft diep blauw licht onder ~100 km
→ Minder fel dan N₂⁺, maar wel aanwezig.

Weet dat wij, hier op de 50e breedtegraad, enkel de bovenste luchtlagen boven onze polen kunnen zien. Dit betekent dan ook dat wij eerst en vooral het rode licht zullen opmerken. Dat is het poollicht dat in de hoogste regionen van de aardatmosfeer ontstaat.

Even toch ook nog opmerken dat er nog andere kleuren zichtbaar kunnen zijn: vergeet immers niet dat al deze lichtbronnen samen door de atmosfeer stralen. Zo kunnen ook samengestelde kleuren ontstaan: rood en blauw samen kunnen bijvoorbeeld paars/violetachtige kleuren doen ontstaan. Het is dus niet altijd zo afgelijnd als je wel zou kunnen geloven als je naar het bovenstaande kleurenschema kijkt.

Kan ik structuren zien in Poollicht?

Jazeker. Zoals reeds uitgelegd ontstaat poollicht door elektronen afkomstig van de Zonnewind en die worden ingevangen door het magnetisch veld van de Aarde. Deze stroom (flux) van elektronen is evenwel niet constant, noch spatiaal (ruimtelijk) als temporaal (tijdelijk). Op sommige plaatsen aan de hemel zullen meer of minder elektronen de aardatmosfeer binnendringen. Ook zal het zo zijn dat op een welbepaalde plaats aan de hemel er meer of minder elektronen zullen in botsing komen met de luchtatomen en -moleculen.

Bekijk even het bovenstaande plaatje. Ze toont schematisch de magnetosfeer van de Aarde. Ze ziet er uitgerokken uit naar rechts. Dit komt omdat de zonnewind ze naar rechts heeft geduwd. Je ziet dat aan de noordelijke breedtegraden (typisch 65 à 75° Noorderbreedte) het magnetische veld van de Aarde quasi loodrecht (eigenlijk lichtjes schuin neerhangend) op het Aardoppervlak staat. Aan de evenaar zie dan weer geen magnetische lijnen aankomen: die lopen daar als het ware naast het aardoppervlak.

Je ziet enerzijds gesloten magneetlijnen (die het Noordelijk halfrond verbinden met het zuidelijk halfrond), en anderzijds ook open magneetlijnen: deze vertrekken vanuit de Aarde en gaan als het ware de ruimte in, ze staan aan de andere kant open naar de Zonnewind toe. Het is precies in de zone waar deze twee soorten van veldlijnen van elkaar scheiden dat het poollicht ontstaat.

In deze aurorale ovaal (de buitenring) worden de elektronen (spiraalvormig door de zogeheten Lorentz kracht) versneld en ontstaat poollicht. Die versnelling gebeurt enkel wanneer er voldoende sterke elektrische potentialen ontstaan langs de magnetische veldrichting. En deze potentialen bestaan alleen aan de randen van de ovaal.
Binnen de ovaal (vlak boven de Noordpool dus) hebben de elektronen té weinig energie, worden niet versneld en is de instroom vlakker en zwakker. De magnetosfeer is er rustiger. Hier kun je soms zwakke UV-aurorae hebben, maar geen in zichtbaar licht.
Buiten de ovaalring (bij lagere breedtegraden dus) zijn de veldlijnen gesloten en kunnen geen hoogenergetische, geladen deeltjes de aardatmosfeer bereiken en zal er dus daar geen poollicht kunnen ontstaan.

Op deze manier ontstaan dus dicht bij de polen (maar niet er pal boven!) quasi loodrecht staande pilaren. Deze pilaren kunnen zich heel snel verplaatsen: ze fluctueren dus zowel in plaats als met de tijd. Het zijn niet echt de pilaren “as such” die zich verplaatsen, maar wel de gebieden waar de elektronen de atmosfeer instromen. Deze aurorale pilaren kunnen zich zowel langzaam (100 à 500 m/s) als heel snel (10 km/s bij sterke geomagnetische activiteit) verplaatsen.

Onder de 120 km hoogte zijn de pilaren vaak smaller: ze zijn slechts enkele honderden meters breed. Boven de 150 kilometer worden ze breder: 1 à 5 km. Rode aurora pilaren zijn ook mogelijk (boven de 200 km) en deze kunnen tientallen kilometers breed zijn.

Eén enkele pilaar kan tot wel 200 km hoog zijn. Enkel die delen waar de elektronen effectief in botsing komen met atomair zuurstof en stikstofmoleculen zullen ook in een bepaalde kleur oplichten.

Soms lijkt het alsof deze pilaren ragfijn zijn. Dit is vaak het gevolg van perspectief: je kijkt dan tegen kilometerslange lichtgevende kolommen aan.

Je kunt ook lichtgordijnen zien. Een gordijn is eigenlijk een soort van lang uitgerekte lichtkolom. Zoals hierboven reeds aangehaald loopt er rond de polen van de Aarde een ringvormige zone waar de meeste elektronen binnendringen. Dit is de zogeheten aurorale boog / aurorale ovaal / aurorale ring. Die boog kan tot honderden tot duizenden kilometers lang zijn. Je hebt dus enerzijds een smalle, scherpe rand waar al die elektronen binnendringen en anderzijds een verticale component (de pilaren). Samengesteld bekom je dan lichtgordijnen.

Hoe fotografeer ik het poollicht?

Poollicht vastleggen is eigenlijk eenvoudig: gewoon je camera richten naar de hemel, scherpstellen op een heldere ster en een paar seconden belichten. “En klaar is kees!”.

Wil je echter het Noorderlicht mét structuren (pilaren, gordijnen, enzovoort) vastleggen dan zal je je belichtingstijden zo kort mogelijk moeten houden: bijvoorbeeld maximum één seconde als je met langere brandpuntsafstanden werkt. Poollicht is namelijk een zéér dynamisch natuurverschijnsel. Het verandert binnen de paar seconden van structuur. De lichtgordijnen die het poollicht uitmaken dansen als het ware aan de hemel. Kies je een sluitertijd van pakweg 10 à 15 seconden, dan zul je weliswaar het poollicht hebben gefotografeerd, maar het zal eerder een lichtvlek zijn dan poollicht met een fijne structuur.

Wil je dus het poollicht vastleggen mét voldoende detail, kies dan een zo lichtkrachtig mogelijke lens én korte belichtingstijden. Wil je nog meer drama in beeld, kies dan ook voor een breedhoeklens. Zeg maar maximaal 35 mm, 24 of kortere brandpuntsafstanden zijn zelfs nog beter. Je zal dan immers méér van de totale hemel in één beeldveld krijgen, dus meer details in eenzelfde foto-oppervlak. Fish-eye lenzen kunnen heel spectaculaire fotografische resultaten geven.

Tip 1: Heb je een van de betere fototoestellen, durf dan te gaan naar ISO instellingen boven de ISO-1600. Bij high-end camera’s kun je zeker zonder problemen tot ISO-3200 gaan om het Noorderlicht vast te leggen zonder dat er een teveel verlies is van dynamisch bereik en ruis.

Tip 2: Wanneer je foto’s van de sterrenhemel neemt dan zul je sowieso, als je heel fijne, haarscherpe sterretjes wil in plaats van sterrensporen, de belichtingsduur moeten beperken. Werk je met telelenzen, dan zal je dit zeer kort moeten houden. Bij ultrabreedhoeklenzen heb je wat meer speling qua belichtingstijden om geen sterrensporen te krijgen.

Tip 3: In het Hoge Noorden kan het veel gesneeuwd hebben. Wanneer je je statief gewoon op sneeuw zet en je wil tijdreeksen van opnames maken, dan is het mogelijk dat je statief na verloop van tijd in de sneeuw zal doorzakken. Het is niet altijd even gemakkelijk om in zo’n omstandigheden een stabiele ondergrond te vinden. Hou er in ieder geval rekening mee. Probeer rotsen te vinden, een zitbank, een tafel… . Voor het betere fotografiewerk zul je sowieso een stabiel, trillingsvrij statief moeten gebruiken.

Tip 4: Het Hoge Noorden betekent ook: lagere temperaturen. Alle batterijen werken minder sterk en minder lang bij extreme koude. Hou rekening met temperaturen van -10 à -25°C (of erger). Werk met 2 batterijsets: één in de camera, één dat je op je body houdt zodanig dat die warm blijft. Een powerbank kan ook nodig zijn. Door wind kan de gevoelstemperatuur nog lager zijn. Het is mogelijk dat je thermische kledij zal moeten dragen. Zorg er wel voor dat je niet overmatig zweet en je nog voldoende beweeglijk bent: je moet alles nog vlotjes kunnen manipuleren: statief, knopjes van de camera, smartphone, enzovoort. Met grote handschoenen aan mag je het vergeten. Een tip is om twee paar handschoenen aan te doen: een fijne en daarboven een dikke. Moet je fijnafstellingen doen, dan kan je de buitenste handschoenen uittrekken. Ik zie dat je je wellicht zal afvragen: is dat wel allemaal nodig? Vergeet niet dat je in de bergen en het Hoge Noorden vier seizoenen kunt hebben in een paar uur tijd. En als je daar eventjes in een sneeuwstorm staat bij -15°C en een stevige wind, dan zul je aan mijn raadgevingen denken en beseffen dat ze niet overdreven waren. 😉

Welke belichtingstijd mag ik nemen om geen spoorvorming bij de sterren te krijgen?

Er bestaan twee veelgebruikte regels:

1. De 500-regel (simpelste)
Deze regel zegt:

Voorbeeld:
Lens = 24 mm op full-frame → 500 / 24 ≈ 20 s
Lens = 50 mm → 500 / 50 = 10 s
Gebruik je een APS-C of MFT, dan moet je de brandpuntsafstand eerst vermenigvuldigen met de cropfactor.

Dit voorkomt meestal grosso modo dat sterren strepen worden. Hogere resolutie astrofotografen hanteren echter andere waardes dan die 500, precies omdat men tegenwoordig werkt met heel kleine pixels:

Voorbeeld: voor mijn Canon EOS R5 40 Mpixel sensor bekom ik deze waarden met de 200-regel:
– 10 mm breedhoek: 20 seconden
– 24 mm breedhoek: 8 seconden
– 50 mm standaardlens: 4 seconden
– 100 mm telelens: 2 seconden

2. De NPF-regel (nauwkeuriger)

De 500-regel is eigenlijk nogal grof. Deze NPF-regel houdt rekening met:
1) brandpuntsafstand
2) diafragma
3) pixelgrootte van je sensor

Formule (vereenvoudigd):

Er zijn apps die dit automatisch berekenen (PhotoPills, PlanIt!).

Waarom bekom ik niet véél detail in mijn poollichtfoto’s?

Het is altijd oppassen geblazen met bewolking bij het fotograferen van poollicht. Zelfs als er geen laaghangende bewolking is, kun je toch nog altijd last hebben van nevelachtige structuren er boven (bijv. hoge cirrusbewolking). Het maakt dat ondanks een perfecte scherpstelling (dit zie je aan de scherpte van de sterren in onderstaande foto) je toch nog altijd een “wazige” indruk hebt van het fenomeen Noorderlicht.

In deze foto zie je dat ze in het gehele beeldveld een zweem van rood en groen heeft, maar toch niet de nodige details aan structuren in het Noorderlicht naar voren brengt. Cirrus kan één van de oorzaken zijn. De belichtingsduur van 8 seconden kan ook een andere oorzaak zijn. Nochtans toonden de foto’s van 4 seconden belichtingstijd niet meer detail. Het kan natuurlijk over héél dynamisch noorderlicht gegaan hebben en dat nog véél kortere belichtingstijden nodig waren. Maar: ik heb foto’s die zelfs maar 1,6 seconde belicht zijn maar niet echt beter, met ander woorden waar de details van het Noorderlicht niet beter op uitkomen. We houden het daarom in dit geval op een diffuser resultaat door hoger liggende bewolking. Met andere woorden: de lucht was niet transparant genoeg.

Sowieso moet je, bij een zwakke tot matige aurora activiteit, met lichtsterke(re) lenzen werken. Ik werkte in dit voorbeeld echter al met een relatief lichtsterkere lens (F/2 in plaats van f/2.8 of f/4) en toch waren er nog altijd belichtingstijden van pakweg 2 tot 10 seconden nodig. Je zou natuurlijk om snellere sluitertijden te bekomen je ISO kunnen opdrijven maar ik ga, zelfs bij een high-end camera als de Canon EOS R5, liefst niet hoger dan ISO-3200 om de ruis tegen te gaan en toch ook nog wat dynamisch bereik te hebben.

Een f/1.4 prime lens zoals Canon die begin 2025 heeft uitgebracht kan soelaas brengen: Canon RF 20mm F1.4L VCM . Deze lens werd speciaal ontworpen om ook aan videografie te kunnen doen bij zeer lage lichtomstandigheden. Als je van f/2 naar f/1.4 gaat (één stop meer licht), dan kun je de belichtingstijd halveren om dezelfde fotohelderheid te houden. In vergelijking met mijn Canon RF 10-20 mm F/4L IS STM ultrabreedhoek is dit zelfs een factor 8 sneller. Dat is dus bijna één grootteorde sneller, een zeer aanzienlijke winst in belichtingstijden dus. Héél belangrijk bij het vastleggen van zeer dynamische hemelverschijnselen. Lensje kost wel zo’n 2.000 EUR.

Samenvattend: je zal veel structuur in de foto’s hebben wanneer
1) er voldoende geomagnetische activiteit is (Kp index is hoog)
2) de lucht voldoende transparant is (totaal geen bewolking, ook geen fijne cirrusbewolking)
3) je voldoende snel kan fotograferen (lenzen met lage f-waardes, fotografie bij ietwat hogere ISO-waarden).

Waarom naar Tromsø in Noord-Noorwegen trekken om Noorderlicht vast te leggen?

Naar verluidt zou het een BBC journaliste zijn die ooit een artikel publiceerde over het Noorderlicht in Tromsø. Dit zou deze stad geen windeieren hebben gelegd. Je hebt hele goede vliegtuigverbindingen met deze noordelijke stad. Een treinstation is er dan wel weer niet. De bereikbaarheid is dus voor een gemiddelde internationale toerist die vliegt dus prima.

Wist je dat… Tromsø zeker niet, vanuit natuurkundig standpunt uit gezien, is bevoordeeld qua Noorderlicht dan andere plaatsen in het Hoge Noorden? In principe kun je daar overal even goed het Noorderlicht zien. Wat er dan nog bepalend is ? De lokale weersomstandigheden en de bereikbaarheid. Je wil dus een vlot bereikbare, wolkeloze locatie hebben. Tromsø is vlot bereikbaar maar heeft niet altijd de beste bewolkingsgraden. Het binnenland van Finland is droger en dus is er daar meer kans (gemiddeld gezien dan toch) op minder wolken. ‘t is maar een weet. Eén cijfer om dit duidelijk te maken: Tromsø krijgt aanzienlijk meer jaarlijkse neerslag (~1.280 mm) dan Kilpisjärvi (~789 mm). Of anders gezegd: Tromsø heeft meer dan de helft meer neerslag te verwerken dan de Finse stad Kilpisjärvi! En nog anders gezegd: de droogste maand in Tromsø is vergelijkbaar of zelfs nat­ter dan Kilpisjärvi in diens natste maanden. En dat weten de gidsen in Tromsø ook, vandaar dat ze regelmatig naar Finland trekken om er het Noorderlicht te kunnen zien. Ook wij trokken naar daar, en met succes. 😉

Optie 1: trek naar het kabelstation Fjellheisen

Wil je de lichtverontreiniging van de stad op dit eiland vermijden, dan trek je er naar het kabelstation Fjellheisen. Dat ligt zo’n 400 meter hoger dan de stad. Het helpt om minder last te hebben van de lichtpollutie maar is verre van ideaal: je zal er met tientallen, zo niet honderden mensen staan met alle gevolgen van dien: je kunt je moeilijk op je fotografisch werk concentreren, gehinderd worden door toeristen die denken dat ze het Noorderlicht moeten flitsen, opdringende mensen die selfies willen maken (vlak voor je neus), en ga zo maar verder. Voor een snelle foto op postzegelformaat zit je daar goed. Voor het betere werk zal je best naar andere plaatsen trekken. Ga je àchter het kabelstation staan (niet langs de kant waar Tromsø centrum ligt), in Noordoostelijke richting dus, dan kun je eventueel wel al een betere foto maken (als er niemand in beeld loopt). Sowieso heb je daar een mooi winters landschap (weliswaar met hoogspanningspalen in beeld)…

Optie 2: werk met een lokale touroperator

Tromsø is voorzien op het verwerken van een paar honderdduizend Noorderlichtjagers per winterseizoen. In 2024 waren er zo’n 120 firma’s die zich daarmee bezig hielden. Gemiddeld worden zo’n 300 à 350 toeristen per nacht begeleid en dat gedurende enkele maanden. Men rekent gemakkelijk tot 200 EUR aan per persoon. Reken maar zelf uit over welke omzetten men hier spreekt. Hierbij wordt je dan in een bus geperst en gelost bij een of andere parking waar het Noorderlicht dan op dat moment (al dan niet gedeeltelijk) zichtbaar zou zijn. Om het belevingsgehalte wat op te krikken krijg je bij de betere tour operator warme chocomelk, wat schamele koekjes en eventueel een thermisch pak (wat wel nuttig is als je in the-middle-of-nowhere staat en er ook nog eens een felle wind staat). En, ah ja, je krijgt een souvenirfoto van jou in de voorgrond en het Noorderlicht op de achtergrond. Met een beetje geluk hebben ze zelfs scherp gesteld op de hemel. 😉 Sommigen geven je zelfs een heus Noorderlicht certificaat!

Wij hebben deze formule zelf ook eens uitgeprobeerd, kwestie van met kennis van zaken te kunnen spreken. Als we al een tip mogen geven: kies zeker niet voor een grote of minibus. Er zijn immers ook formules waar je met een 4×4 bestelbusje (cfr. Mercedes VITO) of zelfs met een Jeep de “wildernis” intrekt. Het aantal deelnemers is dan beperkt tot maximum 4 à 8 personen. In ons concreet geval waren we met 5 personen. Met zo’n kleine bestelbusje ben je véél mobieler en je zal minder worden gestoord door je medereizigers. Het is te zeggen: je hebt sneller onderling afspraken gemaakt. Ook met de gids kun je veel beter overleggen over wat je zelf wilt. Je kan dan – in principe – betere foto’s maken. Hieronder enkele foto’s van onze Noorderlichtjacht met 4×4 bestelbusje. Uiteindelijk zijn we tot in Finland gereden: de regio van Kilpisjärvi (zie webcam). We vertrokken om 17h 30 in de avond en keerden tegen 3h in de ochtend terug. Al bij al waren wij er tevreden over aangezien het voor ons moest doorgaan als een eerste kennismaking. Een soort van “Noorderlicht voor Beginners” dus.

Wist je dat… al die touroperators natuurlijk elkaars concurrenten zijn maar dat ze ‘s avonds aan eenzelfde zeel trekken? Ze willen natuurlijk allemaal dat hun klanten een succesvolle jacht maken. Daarom hebben ze een WhatsUp groep waar ze contact met elkaar houden. Is er ergens een goed zicht op het Noorderlicht, dan vernemen hun concullega’s dat ook snel.

Optie 3: zelf organiseren

Voor het betere fotografische werk zal je anders te werk moeten gaan. Je hebt immers plaats en tijd nodig om een goede locatie te vinden (wolkenvrij, een mooi landschap, veilig weg van doorgaand verkeer, …), alles op te stellen, alles in te stellen, proefopnames te maken, tijdreeksen te maken, en ga zo maar verder. Wil je niet zelf rijden in deze Noordelijke ijscondities, dan kun je eventueel een afspraak maken met een taxi-chauffeur om je ergens naar toe te brengen. Wij hebben dat ook eens gedaan: in de ochtend zijn we al de locaties gaan bekijken waar er voor de avond een lage(re) bewolkingsgraad was voorspeld. Prospectie / locatie scouting dus. Zo wisten we al dat de locaties fotografische en organisatorische mogelijkheden boden. Het plan was dan om ‘s avonds er opnieuw naar toe te rijden en dan de eigenlijke foto’s te maken. Jammer genoeg degradeerde de weersomstandigheden en zijn we ‘s avonds dus niet op Noorderlichtjacht kunnen vertrekken.

Overweeg je om zelf te rijden in Arctisch gebied ? Lees dan aandachtig onderstaande tips! Gezien bij Moxy Hotel in Tromsø. We hoorden verhalen van toeristen die een ongeval hadden en daarom een extra boete van de politie kregen. Wellicht moet je ten alle tijde je voertuig onder controle kunnen houden? Alsof je dat altijd in de hand zou hebben. 😉 Wij raden aan om met een lokale chauffeur te werken. Kan een inwoner zijn van de stad, een taxichauffeur, een van de medewerkers van een touroperator, enzovoort. Alle risico’s zijn dan ten hunner laste. Sowieso kennen ze de lokale rij omstandigheden veel beter.

Is er een checklist qua fotomaterieel om poollicht te fotograferen?

Jazeker. Die is er. Ziehier een checklist die je kunt gebruiken qua foto apparatuur.

CHECK LIST FOTO APPARATUUR

  • Camera body
    • Instellen op een vaste Witbalans (van belang voor tijdreeksen)
    • Kies een ISO waarde die maximum 1600 of bij de betere camera’s 3200 is
    • Kies een zo groot mogelijke f-waarde
    • Kies voor RAW opslagformaat van je foto’s
  • Fotolens
    • Kies een zo kort mogelijke brandpuntsafstand
      • breedhoeklens: liever 20 à 35mm in plaats van standaard 50 mm lens
    • Kies een zo lichtrijk mogelijke lens
      • f/2, f/1.8, f/1.4 in plaats van f/2.8, f/4 of f/5.6
  • Batterijpacks
    • Zorg dat AL je batterijpacks goed zijn opgeladen
    • Zorg voor een reserve batterijpack
    • Plaats je reservebatterijpack ergens in een zak van je jas (op je body om hem warm te houden)
    • Optioneel: power bank.
  • Geheugenkaart
    • Zorg dat je geheugenkaartjes mee hebt met voldoende opslagcapaciteit
    • Wis alle onnodige bestanden er van zodanig dat je effectief de capaciteit hebt die je verwacht
    • Indien je camera dat ondersteunt: back-up activeren naar 2e geheugenkaartje in de camera body
  • Statief
    • Zorg voor een licht statief (je moet hem mogelijk een eindje mee de wildernis in sleuren)
      • tegenwoordig heb je lichte carbon statieven
    • Zorg voor een trillingsvrij statief met weinig speling
  • Afstandsbediening
    • Zorg voor een mechanische of elektronische afstandsbediening
    • Als je er geen hebt: stel je camera zodanig in dat de sluiter één of twee seconden voor het maken van de eigenlijke opname omhoog klapt (zodanig dat de body is uit getrild voor de opname wordt gestart)

Geografische informatie

Adres: Dalbergstien, Tromsø, , Noorwegen
Geografische coördinaten:
Google Maps: Latitude = 69.6378358 – Longitude = 18.9862326
Open Street Maps: Latitude = 69.636021 – Longitude = 18.995588
Altitude h = m
Aanduiding van Kabelstation Fjellheisen op:
Toeristische kaart van Top.VlaanderenGoogle MapsOpenStreetMap.
Route naar Kabelstation Fjellheisen: Route via Google Maps

Meteo

loader-image
Tromsø, NO
23:01, 01/21/2026
weather icon -11°C
Low: 2° High: 9°
onbewolkt
Sunrise 10:30
Sunset 13:19
Humidity 92 %
Pressure 1025 mb
Wind 4 Km/h
Wind Gust 0 Km/h
UV Index 0
Precipitation 0 mm
Clouds 0%
Rain Chance 0%
Visibility 10 km
Day Condition Temperature Precipitation Rain Chance Wind Humidity Pressure
Tomorrow 22:00
weather icon bewolkt
2° | 9°°C 0 mm 0% 22 Km/h 90 % 995 mb
vr jan 26 22:00
weather icon half bewolkt
4° | 8°°C 0 mm 0% 22 Km/h 95 % 998 mb
za jan 26 22:00
weather icon bewolkt
2° | 7°°C 0 mm 0% 18 Km/h 93 % 1000 mb
zo jan 26 22:00
weather icon licht bewolkt
0° | 7°°C 0 mm 0% 10 Km/h 92 % 999 mb
ma jan 26 22:00
weather icon licht bewolkt
0° | 4°°C 0 mm 0% 15 Km/h 89 % 1007 mb
1 to 8 of 0 results
Hour Condition Temperature Precipitation Rain Chance Wind Humidity Pressure
Tomorrow 01:00
weather icon bewolkt
4° | 6°°C 0 mm 0% 19 Km/h 78 % 995 mb
Tomorrow 04:00
weather icon bewolkt
3° | 4°°C 0 mm 0% 15 Km/h 71 % 994 mb
Tomorrow 07:00
weather icon bewolkt
2° | 2°°C 0 mm 0% 14 Km/h 78 % 994 mb
Tomorrow 10:00
weather icon bewolkt
5° | 5°°C 0 mm 0% 16 Km/h 76 % 994 mb
Tomorrow 13:00
weather icon bewolkt
5° | 5°°C 0 mm 0% 20 Km/h 76 % 994 mb
Tomorrow 16:00
weather icon bewolkt
9° | 9°°C 0 mm 0% 22 Km/h 81 % 994 mb
Tomorrow 19:00
weather icon bewolkt
8° | 8°°C 0 mm 0% 21 Km/h 81 % 993 mb
Tomorrow 22:00
weather icon bewolkt
7° | 7°°C 0 mm 0% 20 Km/h 90 % 994 mb
1 to 8 of 0 results

Sterrenhemel boven Kabelstation Fjellheisen

Internet informatie van en over Kabelstation Fjellheisen

Internet informatie over:
– het verschijnsel Poollicht: Wikipedia (NLFREN) – YouTube
– het verschijnsel Zonnecyclus: Wikipedia (NLFREN)
– het verschijnsel Zonnewind (NLFR EN)
– de Van Allen gordels (NLFREN)
– de stad Tromsø: Wikipedia (NLFREN) – YouTube

Websites voor Noorderlichtjagers:
– België: Poollicht.be
– Nederland: Noorderlichtjagers.nl
– Finland: aurorawebcams.com (wij zaten in Kilpisjärvi in Noord-Finland)
– Begeleide reis: astroreizen.com (van onze collega’s van Volkssterrenwacht Urania in Hove, Antwerpen)
– Voorspellingen van het ruimteweer: Spaceweather.comNOAA Space Weather Predictyion Center

Apps voor Noorderlichtjagers:
SpaceWeatherLive ( Google Play )

Facebook voor Noorderlichtjagers:
Northern Lights – Aurora Borealis (76 K volgers)
Noorderlichtman Ruben Weytjens (24 K volgers, weerman in Belgisch Limburg)

Youtube filmpjes over:
– het Noorderlicht gezien vanuit het ISS
– het Zuiderlicht gezien vanuit het ISS
– hoe auroras fotograferen

Websites om de wolkengraad op te volgen:
Ventusky.com
* bewolkingsgraad Tromso, Noorwegen – populairste Noorderlicht bestemming
* bewolkingsgraad Rovaniemi, Finland – woonplaats van de kerstman
* bewolkingsgraad Kiruna, Zweden – Noordelijkste stad van Zweden


Dienst voor Toerisme “Visit Tromso”:
WebsiteFacebookInstagram

Onze foto’s over Kabelstation Fjellheisen

Foto’s van het bezoek aan het kabelstation Fjellheisen in 15 & 16 November 2025

Secret Link